primary
Risicoregelingen en indexeringen
Techniek Nederland ontvangt regelmatig vragen over hoe indexatieregelingen moeten worden toegepast. Op deze pagina vindt u meer informatie over het doorberekenen van de prijswijzigingen door indexatie en/of een risicoregeling.
Indexatie
Het verrekenen van veranderingen van prijzen en lonen aan de klant heet indexatie. Deze verandering kan zowel omhoog als naar beneden zijn. Een risicoregeling is een uitgebreide vorm van indexatie. Hierover in de volgende paragraaf meer. Indexatie gebeurt altijd op basis van een indexreeks die start met een basisjaar. De prijs van arbeid of materiaal in dat jaar wordt op 100 gesteld.
| Jaar |
Werkelijke prijs |
Indexcijfer |
| 2009 |
€ 50,- |
100 |
| 2010 |
€ 49,- |
98 |
| 2011 |
€ 51,50 |
103 |
| 2012 |
€ 53,- |
106 |
De tabel bevat een indexatiereeks met als basisjaar 2009. Meestal staat in een indexreeks de middelste kolom niet vermeld. Vaak worden de indexcijfers verward met percentages. De verhoging van 103 in 2011 naar 106 in 2012 is niet een verhoging van 3%. De percentuele verhoging is namelijk: (106 - 103) / 103 x 100% = 2,9%. Als formule uitgedrukt als: (nieuw indexcijfer minus oud indexcijfer) / oud indexcijfer en dit getal maal 100%. In dit voorbeeld liggen de percentages vlak bij elkaar maar als de indexatiereeks bijvoorbeeld van 171 naar 174 gaat is de daadwerkelijke verhoging 1,8% in plaats van 3%.
Een veelgebruikte indexatiereeks is die van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): de reeks ‘Bouwnijverheid, cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen’. Deze wordt ook per circulaire gepubliceerd. Indexeren voor een komend jaar, zoals bij onderhoudscontracten, gebeurt altijd op basis van een prijsverandering die zich in het verleden heeft afgespeeld. Met andere woorden: de indexatie voor 2013, is een doorberekening van de veranderde prijzen het jaar daarvoor.
Risicoregeling
Zoals geschreven is een risicoregeling een uitgebreide vorm van indexatie, waarbij er sprake is van meerdere indexreeksen die volgens een bepaalde verhouding worden gehanteerd. Hoewel er verschillende risicoregelingen bestaan beperken wij ons in deze checklist tot de Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991 (vanaf nu RWU '91). Veel installateurs die als onderaannemer in de projectmatige woning- en utiliteitsbouw werken hebben hier vaak mee te maken.
De RWU ‘91 bestaat uit twee indexreeksen: voor materiaal en voor lonen. Het basisjaar is 1991. De Materiaalindex is gebaseerd op een pakket materialen dat representatief is voor de woning- en utiliteitsbouw. De prijsveranderingen worden bijgehouden via het CBS, waarna de commissie RWU ‘91 maandelijks het indexcijfer publiceert op basis van de gewogen prijsveranderingen. De loonindex is gebaseerd op de loonkostenontwikkeling voor werknemers vallend onder diverse cao’s in de bouwketen, waaronder die van de installatiebranche.
Als de RWU’91 is afgesproken bij een aannemingsovereenkomst moeten de loon- en materiaalindexen volgens een bepaalde verhouding worden toegepast. Deze verhouding staat hieronder:
| |
Loon |
Materiaal |
Totaal |
| Nieuwbouwwerken |
45% |
45% |
90% |
| Overige werken |
55% |
35% |
90% |
Hieruit blijkt dat 10% van de totale aanneemsom niet wordt geïndexeerd. Techniek Nederland adviseert daarom om niet de RWU ‘91 toe te passen, maar de materiaalindex van de RWU ‘91 en de loonindex van het CBS zoals bij ‘Indexeringen’ genoemd, en dit volgens een vooraf afgesproken verhouding die optelt tot 100%.
Rekenvoorbeeld
Een rekenvoorbeeld met gebruik van de RWU ‘91 en met een andere afgesproken indexatie. De percentages zijn afgerond op één decimaal:
Totale aanneemsom van een renovatie: € 500.000,- per 1 januari 2012 waarvan loonkosten € 300.000,- (60%) en materiaalkosten € 200.000,- (40%). Deze verhouding is afgesproken in de andere indexatie. Door vertraging zijn de werkzaamheden pas begonnen op 1 oktober 2012.
De indexcijfers zijn:
| |
Loonindex (RWU '91) |
Materiaalindex (RWU '91) |
Loonindex (CBS) |
| Januari 2012 |
161,1 |
149,7 |
132,1 |
| Oktober 2012 |
164,4 |
149,8 |
134,7 |
Berekening volgens RWU ‘91
Eerst berekenen we per index de percentuele verandering. Vervolgens vermenigvuldigen we de aanneemsom met de verhouding zoals die is bepaald door de RWU ‘91 en met de percentuele verandering.
| Loon |
(164,4 -/-161,1)/161,1 |
*100% |
2,0% |
| Materiaal |
(149,8 -/-149,7)/149,7 |
*100% |
0,1% |
| |
|
|
|
| Loon |
55% * €500.000,- |
*1,02 |
€ 280.500,- |
| Materiaal |
35% * €500.000,- |
*1,001 |
€ 175.175,- |
| Onverrekenbaar |
10% * €500.000,- |
|
€ 50.000,- |
| |
|
|
|
| Totale nieuwe aanneemsom |
|
|
€ 505.675,- |
Berekening volgens eigen afgesproken indexatie
We doen hetzelfde als bij de RWU ‘91, alleen gebruiken we voor het loon een andere indexatie en we hanteren een andere verhouding, waarbij 100% wordt geïndexeerd.
| Loon |
(134,7-/-132,1)/132,1 |
*100% |
2,0% |
| Materiaal |
(149,8-/-149,7)/149,7 |
*100% |
0,1% |
| |
|
|
|
| Loon |
60%*€500.000,- |
*1,02 = |
€ 306.000,- |
| Materiaal |
40%*€500.000,- |
*1,001= |
€ 200.200,- |
| |
|
|
|
| Totaal nieuwe aanneemsom |
|
|
€ 506.200,- |
Er zijn nog ingewikkelder berekeningen denkbaar, bijvoorbeeld als er wordt betaald in termijnen en per termijn geïndexeerd dient te worden. Neem hiervoor contact op met Techniek Nederland Advies T 088 5432 777 of E advies@technieknederland.nl.
Meer informatie
Bekijk het onderwerp Calculeren en indexeren op onze website.